Voorzitter Landbouwakkoord biedt eindverslag en analyse aan

“Terugkijkend op het proces zie ik aan de hoofdtafel een enthousiaste groep betrokkenen, die in goede sfeer en verhoudingen flinke stappen hebben gezet om de inhoud van het Landbouwakkoord overeen te komen. Ik zie ook partijen die het lastig vinden om te kiezen; men wil liefst niemand voor het hoofd stoten. En ik zie behoorlijke verschillen in de mate waarop men was voorbereid voor de lastige discussies en in de manier en snelheid van besluitvorming.” Dat schrijft voorzitter Chris Kalden in de begeleidende brief bij de stukken die hij op verzoek van de hoofdtafel van het Landbouwakkoord heeft opgesteld: een feitelijk verslag, een analyse van proces en inhoud en enkele aanbevelingen.

Terugblik

Tijdens de laatste bijeenkomst van de hoofdtafel op woensdag 21 juni jongstleden heeft minister Piet Adema van LNV, met steun van de andere partijen van de hoofdtafel, aan voorzitter Chris Kalden gevraagd om een terugblik op te stellen. Het afsluitende ‘huiswerk’ omvat een feitelijk verslag van de opzet van het Landbouwakkoord alsmede de werkwijze van de hoofdtafel en de andere tafels. “Iedereen aan de tafels was zich bewust van de grootte en complexiteit van de opdracht, de urgentie en het belang voor boer en natuur. Discussies zijn op de scherpst van de snede gevoerd, maar de sfeer en de onderlinge verhouding aan de hoofdtafel waren goed en plezierig. Dat is des te meer te waarderen omdat de externe druk op de deelnemers door andere partijen voelbaar was”, aldus de scheidend voorzitter van het Landbouwakkoord.

Analyse

Daarnaast maakt Kalden een persoonlijke analyse van het verloop, zowel procesmatig als inhoudelijk. Hij bespreekt belangrijke thema’s in het conceptakkoord en doet voorstellen hoe met nog openstaande complexe onderwerpen zoals grondgebondenheid, de afroming van dier- en fosfaatrechten en de vergoeding van ecodiensten kan worden omgegaan. “Het stoppen van het akkoordproces geeft het kabinet ruimte om verstandige, draaglijke en uitvoerbare keuzen te maken vanuit de brede verantwoordelijkheid, die de overheid voor de ontwikkeling van onze samenleving heeft. In dat opzicht sluiten we een fase van gelijkwaardigheid tijdens de gesprekken over het Landbouwakkoord af.” Kalden benadrukt daarbij het belang om de randvoorwaarden te scheppen om in beweging te komen. “De focus moet zijn: laten we nu eens éindelijk van de kant komen. Dit akkoord biedt naar

mijn smaak een palet aan afspraken dat beweging mogelijk kan maken.”

Blijvende dialoog

“De dialoog was een jaar geleden weg”, constateert Kalden. “De partijen hebben sinds lange tijd goed en lang met elkaar gesproken. Dat mag – hoe logisch wederzijdse irritatie ook kan zijn – niet weggegooid worden. Blijvende dialoog is wenselijk en nodig. Gaandeweg heb ik gezien dat partijen minder gingen overtuigen, beter naar elkaar begonnen te luisteren

en elkaar wilden begrijpen. Geen gevecht in de arena, maar ontmoeting en inspiratie op het marktplein; in een zoektocht naar een gedeelde visie. Men wilde er samen uitkomen en de gesprekken voortzetten om de afspraken ook in uitvoering te brengen. Dat is waardevol, ook nu er geen akkoord is. Chris Kalden: “Een voortdurende dialoog tussen overheid, agrarische sector en andere belanghebbenden is niet alleen een zaak van bestuurders. Op alle niveaus moet het gesprek worden aangejaagd en bevorderd, bijvoorbeeld door werkbezoeken van ambtenaren van LNV en andere departementen aan boerenbedrijven en het instellen van focusgroepen van boeren en tuinders om beleid te toetsen aan de praktijk.”